Ik ben een vampier.
Een vampier heeft uitstekende en ook wel uit stekende tanden waarmee hij bloed uit zijn slachtoffers zuigt.
Hij plaatst zijn tanden in de hals of nek van zijn prooi en laaft zich dan mateloos aan dat heerlijke bloed.
Hmm …lekker dat bloed van beweegknappe deugnieten …
Zij vallen neer en zijn dan besmet met het vampiervirus.
Ze worden ook vampiers en gaan dan samen knap uiteraard ook op zoek naar lekker bloed
van andere lekker smakende kinderen …
Doch vampiers pas op voor de kracht van het kruis en de goedheid die ervan uitgaat…
Yentl
Hij plaatst zijn tanden in de hals of nek van zijn prooi en laaft zich dan mateloos aan dat heerlijke bloed.
Hmm …lekker dat bloed van beweegknappe deugnieten …
Zij vallen neer en zijn dan besmet met het vampiervirus.
Ze worden ook vampiers en gaan dan samen knap uiteraard ook op zoek naar lekker bloed
van andere lekker smakende kinderen …
Doch vampiers pas op voor de kracht van het kruis en de goedheid die ervan uitgaat…
Yentl
'Hallo, ik ben Lilie de heks. Wij maken vandaag heksensoep. In de heksensoep zitten snottebellen en regenwormen, een vlieg met prei en een konijnenvel.
Smakelijk, heksenvriendjes!'
Amélie
Ik heb voor Haloween een heks gekozen,
een vrouw die bovennatuurlijke krachten heeft.
Zij is in staat mensen en dieren te betoveren en soms ook te genezen.
Zij is in staat mensen en dieren te betoveren en soms ook te genezen.
Emilie
Ik ben een vampier.
Dracula was een beroemd vampier.
Vampieren hebben twee scherpe hoektanden.
Vampieren gebruiken deze tanden om mensen in hun nek te bijten.
Dan zuigen ze hun bloed op.
Virgile
Ik ben een skelet,
ik ben heel lelijk,
ik ben al dood gegaan,
maar ik ben terug levend,
ik heb een vriend die lelijker is dan mij,
samen gaan we Haloween vieren!
Arthur
Ik ben een spook.
Ik heet Spookie.
Ik heet Spookie.
Ik woon in een griezelkasteel maar ik ben eigenlijk wel een lief spook.
In de nacht ga ik griezelen in het bos.
Ik maak de eekhoorntjes en de egeltjes bang maar doe ze geen pijn.
Daarna ga ik spelen met mijn vriend Tom.
En als het weer dag wordt, ga ik slapen.
In de nacht ga ik griezelen in het bos.
Ik maak de eekhoorntjes en de egeltjes bang maar doe ze geen pijn.
Daarna ga ik spelen met mijn vriend Tom.
En als het weer dag wordt, ga ik slapen.
Arno
"Hokus pokus pas
Ik wou dat er mijn hoed was
Hokus pokus pas
Ik ben het beste heks van het klas
Hokus pokus pas
Ik heb de mooiste bezem van het klas"
Léa
Ik wou dat er mijn hoed was
Hokus pokus pas
Ik ben het beste heks van het klas
Hokus pokus pas
Ik heb de mooiste bezem van het klas"
Léa
Ik ben misschien nog niet zo groot.
Maar ik hou wel van groene brokkensoep met vliegenpoot.
Op mijn neusje staat een dikke wrat.
En ik in mijn jaszak zit een bruine rat.
.
Kom maar in mijn huisje, kom erin.
Dan toon ik jou mijn lieve, dikke spin
Maar ik hou wel van groene brokkensoep met vliegenpoot.
Op mijn neusje staat een dikke wrat.
En ik in mijn jaszak zit een bruine rat.
.
Kom maar in mijn huisje, kom erin.
Dan toon ik jou mijn lieve, dikke spin
Heksje Lauranne
“Dit is de vampier nana.
Ik drink heel graag bloed.
Ik heb heel scherpe tanden.”
Baptist
Ze heeft wratten en een lelijke jas
En ze heeft een lange neus
En ze heeft vieze soep
Ze praat raar en is lelijk
Haar huis is vol met lelijke dingen
En haar huis is niet netjes
Jonas
Er was eens een heks Belladonna met een poes Selina.
Ze leefden in Amerika.
Ze hadden gehoord dat er met Halloween veel betere tractaties
en snoepjes te verdienen waren in Belgiė,
dus vloog Belladonna met haar poes naar Belgiė.
Om meer snoepjes te verdienen toverde de heks de poes om in een poezen-meisje met een zwarte t-shirt en roze legging, want poesjes krijgen geen snoepjes.
Op Halloween nacht gingen ze samen op pad.
De mensen waren zo verbaasd dat de poes kon miauwen als de beste: net een echte poes.
Ze verdienden heel veel snoepjes en chocolaatjes met hun truukje.
Ze werden zo dik en zwaar dat ze niet meer konden terugvliegen naar Amerika
en bleven nog lang en gelukkig in Meise wonen.
Eveline
Ik ben heks Sabrina en ik ga heksensoep in de klas maken van meester Bruno met mijn vrienden.Ik ben een goede heks die haar toverstaf alleen gebruikt voor goede dingen.
Zoë
Was het een droom?
Was het een droom?
Heel diep in het bos stond een klein huisje dat bewoond werd door een spook en een heks.
Op een dag was de heks woedend want het spook was weg gevlogen.
Van zodra de nacht viel, was de heks op pad gegaan om het spook te zoeken.
Het spook had zich verstopt bij Hanne thuis op zolder.
Via het kleine raampje was het spook naar binnen kunnen vliegen.
De zolderkamer bleek nu ook de kleedkamer van Hanne te zijn ...
Op een dag was de heks woedend want het spook was weg gevlogen.
Van zodra de nacht viel, was de heks op pad gegaan om het spook te zoeken.
Het spook had zich verstopt bij Hanne thuis op zolder.
Via het kleine raampje was het spook naar binnen kunnen vliegen.
De zolderkamer bleek nu ook de kleedkamer van Hanne te zijn ...
De volgende ochtend vertrokken de mama en papa van Hanne al vroeg naar hun werk.
Hanne maakte zich zoals gewoonlijk alleen klaar om dan met de fiets naar school te vertrekken.
Toen ze de kleedkamer binnen kwam, zag ze het spook.
Ze gilde het uit, rende van de trap af naar beneden, richting voordeur…
Een vreemde gestalte aan de voordeur deed Hanne nog meer schrikken.
Stokstijf bleef ze staan, ze sloot haar ogen en gilde nog harder.
Ze kon geen kant meer uit….
Hanne maakte zich zoals gewoonlijk alleen klaar om dan met de fiets naar school te vertrekken.
Toen ze de kleedkamer binnen kwam, zag ze het spook.
Ze gilde het uit, rende van de trap af naar beneden, richting voordeur…
Een vreemde gestalte aan de voordeur deed Hanne nog meer schrikken.
Stokstijf bleef ze staan, ze sloot haar ogen en gilde nog harder.
Ze kon geen kant meer uit….
De heks beukte de deur in en begon op Hanne te slaan en te slaan en te slaan….
Het spook lachte luid en zweefde heen en weer door de gang, kamer in – kamer uit….
Hanne had zoveel pijn en toch durfde ze niet te bewegen.
Grote tranen rolden over haar gezicht…
Het spook lachte luid en zweefde heen en weer door de gang, kamer in – kamer uit….
Hanne had zoveel pijn en toch durfde ze niet te bewegen.
Grote tranen rolden over haar gezicht…
Plots werd ze wakker.
Het bleek niet meer dan een boze droom te zijn.
Stevig pakte ze haar knuffel vast en rolde zich op haar zij om opnieuw in slaap te vallen…
Hanne
Het bleek niet meer dan een boze droom te zijn.
Stevig pakte ze haar knuffel vast en rolde zich op haar zij om opnieuw in slaap te vallen…
Hanne
Er was eens een heks Belladonna met een poes Selina.
Ze leefden in Amerika.
Ze hadden gehoord dat er met Halloween veel betere tractaties
en snoepjes te verdienen waren in Belgiė,
dus vloog Belladonna met haar poes naar Belgiė.
Om meer snoepjes te verdienen toverde de heks de poes om in een poezen-meisje met een zwarte t-shirt en roze legging, want poesjes krijgen geen snoepjes.
Op Halloween nacht gingen ze samen op pad.
De mensen waren zo verbaasd dat de poes kon miauwen als de beste: net een echte poes.
Ze verdienden heel veel snoepjes en chocolaatjes met hun truukje.
Ze werden zo dik en zwaar dat ze niet meer konden terugvliegen naar Amerika
en bleven nog lang en gelukkig in Meise wonen.
Eveline
Ik ben een skelet. Ik ga jullie bang maken, zo let maar op!!!!
Elliot
Ik ben SAMANTHA, een lieve heks,
één die zich in een poes kan omtoveren.
Oriana
Ik ben SAMANTHA, een lieve heks,
één die zich in een poes kan omtoveren.
Oriana
OOOeeeeee, ik ben de onzichtbare spook,
Hoor jij mij 's nachts wandelen in jouw dromen?
Ben je bang van mij?
Yo de mannen
Ik moet een paar andere mensen laten schrikken.
Spook Florian
Hello,
Ik Ben de liefste heks.
Lindsay
Lindsay
Ik ben een spook.
's Nachts is het donker en dan maak ik de mensen bang.
Maar 's morgens komt er licht en maak ik de mensen weer blij.
Frederik
Ik ben een skelet,
ik ben bangelijk!
Kjell
Ik ben heks Pieperdepiep,
ik tover een pompoen
wat zit daar in? Een kaars.
Wat zit erop? Twee ogen
en een dikke neus ...
Anaëlle
Ik ben heks Pieperdepiep,
ik tover een pompoen
wat zit daar in? Een kaars.
Wat zit erop? Twee ogen
en een dikke neus ...
Anaëlle
Hieronder vind je nog een spannend verhaal van de hand van Yentl en haar papa Lieven ...
OVER VAMPIERS EN BROEDERLIEFDE….
Aaron en Pieter-jan zijn tweelingen en allebei twaalf jaar. Ze zijn twee handen op een buik. Niets bijzonders zou je denken. Alleen: Pieter-jan is blind. Op een dag laat Aaron Pieter-jan uit een bron drinken die volgens een legende genezende krachten heeft. Aaron hoopt stiekem dat Pieter-jan daardoor weer zal kunnen zien, maar wat er gebeurt, is een echte nachtmerrie …
Pieter-jan verandert langzaam maar zeker in een vampier. Voor Aaron is dit een hel, voor Pieter-jan is het goed nieuws. Hij kan nu immers dingen en mensen om hem heen ‘zien’ zonder zijn ogen te gebruiken. Want vampiers kunnen door het uitsturen van een geluid en de weerkaatsing daarvan perfect weten waar ze zijn. Pieter-jan kan dat nu ook.
Aaron is erg verontrust door wat er met Pieter-jan gebeurt en hij gaat op onderzoek uit. Al snel blijkt dat Pieter-jan niet alleen is. Veel mensen uit hun dorp zijn ook plots veranderd in een vampier.
Wat Aaron dan ontdekt, is helemaal griezelig: een oude legende verhaalt over een vampier die begraven ligt net naast de plek waar de bron ontspringt. Aaron heeft geen andere keuze dan de kist op te graven. Als hij de kist opent, schrikt hij zo erg dat hij de vampier laat ontsnappen. Later, als hij terugkeert om de vampier definitief te stoppen, is deze verdwenen. Het hek is nu helemaal van de dam. Deze vampier is van plan om alle mensen in vampiers te veranderen. Het vampiervirus is onverbiddelijk en wreed. Aaron beseft niet waar hij aan begint. Hij staat alleen in zijn strijd tegen de vampiers en tegen zijn broer Pieter-jan …
Aaron probeert de vampiers te vermijden zodat ook hij niet besmet raakt. De laatste overlevenden worden opgejaagd voor hun bloed. Langzaam maar zeker raakt de bloedvoorraad op.
Aaron zoekt koortsachtig naar een oplossing om het vampiervirus te stoppen en zijn broer en beste vriend te helpen. In een oud boek ontdekt hij dat vampieren niet bestand zijn tegen de kracht van het kruis. Als ze kruis zien of met een kruis benaderd worden, dan verdwijnt het vampiervirus en worden ze terug normaal (en dus opnieuw mens).
Het eerste wat Aaron doet, is een klein houten kruis timmeren dat hij plots en onverwacht voor de ogen van Pieter-Jan houdt. Op dat ogenblik verschijnt er een fel wit licht en Pieter-Jan valt omver van de kracht van het kruis. Langzaam verandert hij terug in een mens. Hoera, eindelijk heeft Aaron zijn broer terug.
Tezamen bedenken ze een plan om de andere mensen van het dorp te redden. Ze bouwen een groot houten kruis op de hoogste heuvel van waaruit men het dorp kan overzien. Dat kruis overgieten ze met de meest brandbare benzine en steken ze ’s nachts wanneer de vampiers allen op pad zijn in brand.
Geweldige en hevige lichtflitsen zijn het gevolg en het vervolg laat zich raden. Alle vampiers vallen neer. Ze sidderen en beven door de onstuitbare kracht van het kruis. Ook zij worden opnieuw langzaam maar zeker mens. Zo worden alle dorpsbewoners uiteindelijk gered door het geloof en de inzet van twee uiterst moedige broers.
Elk jaar gedenken de dorpsbewoners hun redding en eren zij de vampierverjagers Aaron en Pieter-Jan die er intussen een zusje hebben bij gekregen, Yentl.