3 september 2011

Even voorstellen!






We stellen elkaar voor, weet jij wie het is?
Haar haar is kort en blond.
Haar ogen zijn blauw.
Zij kan goed babbelen.
Zij is dol op chocolademousse.
Ik vind haar lief.
Zijn haar is kort en blond.
Zijn ogen zijn blauw.
Ik vind hem een kampioen.
Hij is dol op honden.
Zijn lievelingskleur is groen.

Zijn haar is blond en kort.
Zijn ogen zijn bruin.
Hij kan goed fietsen.
Hij is dol op snoepjes met suiker.
Ik vind hem een kampioen.
Zijn haar is blond en een beetje lang.
Zijn ogen zijn blauw.
Hij kan goed fietsen.
Hij is dol op spaghetti.
Ik vind hem leuk.
Zijn haar is bruin en kort.
Zijn ogen zijn groen.
Hij kan goed tv kijken.
Hij is dol op snoep.
Ik vind hem leuk.
Zijn haar is bruin en kort.
Zijn ogen zijn groen.
Hij kan goed karting.
Hij is dol op ijs.
Ik vind hem een kampioen.
Zijn haar is bruin en kort.
Hij kan goed lopen.
Hij is dol op frietjes.
Zijn ogen zijn blauw.
Ik vind hem lief.
Zijn haar is donkerbruin.
Zijn ogen zijn donkerbruin.
Hij kan goed klimmen.
Hij is dol op dieren.
Hij houdt van zijn familie en zijn kippen.

Zijn haar is kort en blond.
Hij kan goed lopen.
Zijn ogen zijn blauw.
Hij is grappig.
Ik vind hem leuk.

Haar haar is lang en bruin.
Haar ogen zijn bruin.
Zij kan goed dansen.
Zij is dol op koekjes.
Ik vind haar grappig. 

Haar haar is bruin en lang.
Haar ogen zijn bruin.
Zij kan goed dansen.
Ze is dol op pizza.
Ik vind haar een kampioen.

Zijn haar is bruin en kort.
Zijn ogen zijn bruin.
Hij kan goed tennissen.
Hij is dol op fietsen.
Ik vind hem leuk.
 
Zijn haar is bruin.
Zijn ogen zijn bruin.
Hij kan goed voetballen.
Hij is dol op fruit.
Ik vind hem een kampioen. 

Haar haar is blond met een staart.
Haar ogen zijn blauw.
Zij kan goed paardrijden.
Zij is dol op pizza.
Zij is een goed kampioen.

Haar haar is zwart met vlechtjes.
Haar ogen zijn bruin.
Zij kan goed paardrijden.
Zij is dol op frietjes.
Ik vind haar leuk.