



Het instrumentenmuseum was heel leuk.
We hadden een grappige gids, hij heette Stef.
We mochten van Stef op de viool spelen.
Lien speelt zelf al drie jaar viool en kon dat beter dan Stef.
In het museum waren ook een toverharp (die speelt soms vanzelf)
en een dwarsfluit van kristal.
Stef speelde op een piano maar de bewakers hadden het gezien.
Snel kuiste Stef met een zakdoekje de toetsen af en weer kwam er geluid uit de piano. Dat vonden we erg grappig.
We zagen alle instrumenten uit het verhaal van Peter en de wolf, een muzikaal sprookje van de rus Chocofles euh ... Prokofief:
de viool (Peter), de hoorn (de wolf), de dwarsfluit (het vogeltje), de hobo (de eend), de klarinet (de kat), de fagot (opa), en de jagers (de trom en pauken).
We vonden het heel leuk dat we zelf muziek mochten spelen in de binnentuin van het museum.
We maakten er veel lawaai ... euh muziek!
Kamiel vond de hoorn het leukst, Tomas de viool.
Tomas & Kamiel (met wat hulp van de meester)